Categorieën


Commissie Ethiek Jeugdzorg van CNV Zorg & Welzijn bezorgd over nieuwe beroepscode jeugdwerkers

Delen:
  • A
  • A

Er is een nieuwe beroepscode in ontwikkeling voor de werknemers betrokken bij jeugdwerk. Het concept dat nu voorligt, is een zogenaamde “hybride code.” Dit betekent dat de code naast het ethische vraagstuk nadrukkelijk ingaat op de juridische aspecten van het jeugdwerk. Een beroepscode dient echter ondersteunend te zijn als (morele) leidraad bij de uitoefening van het werk. Een hybride code schept verwarring over het belang en oorspronkelijke doel van een code.
We moeten voorkomen dat bij een afweging over de juiste zorg de weegschaal doorslaat naar de juridische kant.

De nieuwe beroepscode voor jeugdwerkers is teveel gefocust op juridische aspecten waarmee de ethische richtlijnen onder druk staan, dat schrijft de ethische commissie Jeugdzorg van CNV Zorg & Welzijn in een brandbrief aan Jeugdzorg Nederland en Beroepsvereniging BPSW. Om het belang van de cliënt voorop te stellen moet een jeugdwerker autonoom kunnen handelen. Dit vindt uiteraard altijd plaats binnen het wettelijk kader maar dit kan ook botsen met beroepswaarden en normen; Die morele afweging moet een jeugdwerker kunnen blijven maken, omdat juist in dit werk de vertrouwensband tussen jeugdwerker en cliënt enorm belangrijk is. Dit kan betekenen dat er spanning ontstaat tussen beleid en beroepswaarden. Een jeugdwerker in overheidsdienst heeft bijvoorbeeld te maken met de ambtenareneed en de eigen beroepscode. Volgens de ambtenareneed is hij verplicht zaken te melden die hij vanuit de eigen beroepscode in het belang van privacy en cliëntbescherming niet kan doen. Juist daarom is borging van de professionele autonomie in een beroepscode essentieel. Het gaat er om dat je goed kunt verantwoorden waarom je een bepaalde beslissing hebt genomen en hoe de beroepsnormen daarin meespeelden.
De commissie Ethiek Jeugdzorg van CNV Zorg & Welzijn wil daarom een beroepscode houden die vanuit ethisch oogpunt is benaderd in het belang van duizenden jeugdwerkers en mensen die de beste jeugdzorg nodig hebben.

Ranada van Kralingen Jeugdbescherming heeft onderzoeksrechter nodig Met de Decentralisatie van de jeugdzorg die van start ging op 1 januari 2015 werd beoogd de hulp aan jeugdigen te verbeteren op het gebied van toegankelijkheid en preventie in een wijkgerichte aanpak onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten. Men hoopte zo betere zorg op maat te kunnen leveren aan jeugdigen door de hulp dichtbij te organiseren met gebruikmaking van de Eigen Kracht van gezinnen. Deze sociale benadering van de problemen in gezinssituaties ging echter voorbij aan de rechtspositie van ouders en kinderen onder jeugdzorg die structureel ongewijzigd bleef en in bepaalde opzichten zelfs verslechterde, zoals met het blokkaderecht voor pleegouders na één jaar. Ook de verregaande gemeentelijke bemoeienis met gezinnen vanuit de sociale wijkteams volgens het drang & dwang-principe werd door oud-kinderrechter Nanneke Quik-Schuijt al bestempeld als een verdere vervaging van de grens tussen vrijwillige en gedwongen hulp.(1) Volgens jeugd- en familierechtadvocaat Huib Struycken wordt het hoog tijd dat er een belangrijke wijziging komt in de manier waarop er in ons land wordt omgegaan met de uitvoering van kinderbeschermingsmaat-regelen, want het huidige systeem is niet in het belang van ouders en kinderen.

Verantwoordelijkheid bij jeugdzorg weghalen Anders dan in de huidige benadering van het Ministerie Veiligheid & Justitie, dat eind 2017 samen met jeugdzorgorganisaties en ouderplatforms een ‘Congres Waarheidsvinding’ wil organiseren vanuit het perspectief en de bevoegdheden van Veilig Thuis, Jeugdzorg (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming, wil Struycken de verantwoordelijkheid voor de waarheidsvinding helemaal bij deze organisaties weghalen.(2) In plaats daarvan pleit hij voor een onafhankelijke onderzoeksrechter die in geval van ernstige zorgen over de veiligheid van een kind binnen drie dagen alle betrokkenen hoort in een zaak, zodat ook de ouders met ondersteuning van een advocaat de kans krijgen om hun verhaal te doen. Volgens Struycken denken Jeugdzorg en de Raad dat waarheidsvinding aan hen is overgelaten en de kinderrechter schuift daarmee tot op heden zijn verantwoorde-lijkheden op een makkelijke manier naar de Raad voor de Kinderbescherming en de Gecertificeerde Instelling.(3) “De kinderrechter toetst nauwelijks en dat komt door het systeem waarin de kinderrechter de zwakste schakel is. Wat ze nu in de jeugdwet hebben ingebouwd met artikel 3.3 is een soort gedragscode die suggereert dat de Raad voor de Kinderbescherming zoveel mogelijk de waarheid zal zeggen.” Artikel 3.3: “De raad voor de kinderbescherming en de gecertificeerde instelling zijn verplicht in rapportages of verzoekschriften de van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren.” Officier van Justitie Struycken noemt dit een loze wetgeving, waar je eigenlijk niets aan hebt.

“De verantwoordelijkheid voor bijvoorbeeld een uithuis-plaatsing moeten we niet neerleggen bij een kinderrechter op aangeven van Jeugdzorg of de Raad, want dan krijg je collega's die elkaar weer moeten beoordelen. Die verant-woordelijkheid moet je leggen bij een andere autoriteit, namelijk de officier van justitie. De jeugdwerkers maken dan een proces-verbaal dat ze samen met de politie aanbieden aan de officier van justitie. De officier van justitie moet binnen het kader van het civiele recht de bevoegdheid krijgen bepaalde vorderingen in te stellen, zoals een machtiging uithuisplaatsing en dit wordt dan getoetst door een onafhankelijke rechter. Nu krijgt de Raad voor de Kinderbescherming een machtiging uithuisplaatsing en wordt achteraf niet onderzocht op welke wijze dit is uitgevoerd en op welke rechtsgronden. De bevoegdheden zijn aan Raad en Jeugdzorg gegeven, evenals zeggenschap over de bezoekregeling die door jeugdzorg kan worden teruggedraaid of opgeschort na een schriftelijke aanwijzing zonder dat de rechter hierover oordeelt.” ‘Checks and Balances’ De Amsterdamse advocaat benadrukt de voorwaardelijkheid van een machtiging en de gebrekkige manier waarop er nu uitvoering aan wordt gegeven. “Een machtiging tot uithuisplaatsing of de verlenging daarvan is slechts een bevoegdheid (discretionair) die moet worden uitgevoerd als hij voldoet aan bepaalde eisen van noodzakelijkheid en proportionaliteit. Als een rechter zou toetsen volgens mijn benadering, dan zou die kunnen zeggen ‘Luister eens, het feit dat moeder niet bij een afspraak is komen opdagen zonder af te bellen is toch geen reden om een kind uit huis te plaatsen?’

In het geheel van bevoegdheden moeten er ‘checks and balances’ zijn, zodat degene die moet toetsen of een maatregel noodzakelijk is, een ander is dan degene die de maatregel uitvoert en die belang heeft bij die maatregel. Bij Jeugdzorg wordt men gefinancierd op basis van uithuisplaatsing en eigenlijk wordt er niet naar behoren getoetst op de nood- zakelijkheid ervan. Degene die de beslissing neemt of er een onderzoek moet komen zou eigenlijk onafhankelijk moeten zijn.” Het is volgens Struycken in de Jeugdzorg een flinke business geworden. Zo is hem een zaak bekend waar de hulpverlening binnen een gezin tenietgedaan werd, omdat plaatsing in een pleeggezin meer geld en werkgelegenheid opleverde voor de Gecertificeerde Instelling. “Men zegt dan na twee en een half jaar dat de maatregelen niet meer nodig zijn, maar eigenlijk moet de noodzaak tot verlenging heel streng gecontroleerd worden. Men stelt maar uit, maar als Jeugdzorg niet op tijd met een rapport komt of met goede argumenten, zou een rechter moeten zeggen dat er niet verlengd gaat worden. Bij inbreuken op de mensenrechten en de verdragen moet er een strenge toetsing zijn door een rechter. In het strafrecht is de onderzoeksrechter maar korte tijd bezig met de vraag of er een verlenging moet komen en doet dan verder onderzoek naar de zaak en vervolgens kijkt de Raadkamer (vroeger was dat elke 30 dagen) of de verlenging nog wel nodig is. Een eerste toets door de rechter-commissaris kan al laten zien dat een verlenging evidente onzin is, omdat de wijze van optreden niet door de beugel kan en er geen goede gronden zijn.

Zo kan veel onnodig leed worden voorkomen.” “Het kan niet zo zijn dat het hele systeem, van bijvoorbeeld het wegkapen van kinderen van het schoolplein, rechtmatig is” Rechter toetst achteraf Voor Struycken kan het gevaar van te laat ingrijpen geen reden zijn om het huidige systeem te handhaven, want kinderen raken ook beschadigd door onnodig ingrijpen in een gezinssituatie. “Het kan niet zo zijn dat het hele systeem, van bijvoorbeeld het wegkapen van kinderen van het schoolplein, rechtmatig is en dat je daar niets meer aan kunt doen. Je komt als ouders misschien weer terug bij dezelfde rechter die de beslissing heeft genomen en die komt niet meer terug op zijn/haar oude beslissing, maar als je een officier van justitie hebt zit daar grotere afstand tussen. Als je de verantwoordelijkheid legt bij de officier van justitie en zegt dat die de bevoegdheid heeft op te treden als daar echt een noodzaak toe is, dan is het Ministerie van Veiligheid & Justitie bang dat er niet snel genoeg kan worden opgetreden met zo’n constructie. Jeugdzorg en de Raad zouden dan niet snel genoeg kunnen handelen, maar dat is niet waar.

Het betekent wel dat ze niet langer hun ongebreidelde gang kunnen gaan zoals decennialang is gebeurd, wanneer jeugdzorg bij verzoek tot terugplaatsing gaat uitstellen en uitstellen en uitstellen... De hele chantage van ‘als u tegenwerkt dan gaan we ook uw andere kinderen uit huis plaatsen’ kun je dan voorkomen. Je kunt dan als rechter in het geval van de zaak Yunus vragen om het radiologisch rapport van het ziekenhuis in te zien, dan was meteen gebleken dat die uithuisplaatsing geen grond had.”(4) Mishandeling een misdrijf Het voorstel van Struycken biedt op een meer integrale manier hulp aan gezinnen dan in het huidige systeem waar de belangen van ouders en kinderen vaak als strijdig met elkaar worden opgevat. Jeugdzorg adverteert zichzelf als een organisatie die hulp biedt aan ouders en kinderen, maar dit wordt door ouders lang niet altijd zo ervaren. “Als kinderen worden mishandeld wordt er een misdrijf begaan en dan kun je op basis daarvan de ouders arresteren en dan moet er een voorziening komen. Dan kan de officier van justitie meteen beslissen tot uithuisplaatsing, omdat de kinderen acuut bedreigd worden.

In zo’n situatie kan heel snel ingegrepen worden als dat nodig is. En als je merkt dat psychiatrische problematiek een rol speelt dan kun je snel mensen opgenomen krijgen. Dan is er ook direct hulp voor de ouder(s), wat in het huidige systeem achterwege blijft. De kinderen zijn weg en er wordt geen hulp geboden aan de ouders. Het is een straf en geen ondersteuning, wat je zou mogen verwachten in een rechtsstaat. Het is niet alleen werkgelegenheid die een grote rol speelt in het huidige systeem van 'jeugdhulp', maar ook misbruik maken van de omstandigheden. Het Ministerie van Veiligheid & Justitie en de jeugdzorglobby kunnen wel zeggen dat deze benadering hen teveel werk gaat opleveren per casus als de officier van justitie zo'n beslissing moet nemen, maar het is niet veel meer werk dan wat ze nu verrichten. We zien nu eindeloos gesol met ouders en kinderen en hulp die maar niet op gang komt. De kinderrechter zou moeten bepalen welke deskundige onderzoek moet doen en niet Bureau Jeugdzorg (GI) zelf. De kinderrechter moet kunnen zeggen, ‘Nee, ik heb de voorkeur aan die of die onderzoeker/ gedragsdeskundige’ buiten de Raad en de jeugdbescherming. De processen verbaal die dan opgemaakt worden door jeugdbeschermers zijn mensen die dat proces-verbaal onder ambtseed afleggen. Dan pas creëer je een heel andere situatie.”

“Het horen van ouders is in dit systeem gewoon weggeregeld.” Betekening van de machtiging “De machtiging UHP die wordt afgegeven door de rechter is een beschikking en een beschikking moet eigenlijk niet door de politie ten uitvoer worden gelegd, maar door een deurwaarder. Die moet eerst betekenen (art.430, lid 3 Rv) en er moet een aanmaning aan voorafgaan, omdat aan vrijwillig- heid de voorkeur wordt gegeven. Door de betekening maakt een deurwaarder een beschikking bekend, want een beschikking heeft geen rechtskracht voordat deze bekend is geworden. Deze betekening doen ze nooit bij een uithuisplaatsing en dat wordt ook niet getoetst. Ik heb het al vijf keer voorgelegd aan de Hoge Raad en die kijkt de andere kant op. Als er een deurwaarder aan de deur komt die zegt dat ze de kinderen uit huis gaan halen, kun je als ouder zeggen ‘Ik ga een kort geding aanspannen’. Dan heb je de mogelijkheid om het aan een rechter voor te leggen en worden de kinderen niet zomaar meegenomen, zoals nu gebeurt. Het Europese Hof van Justitie heeft al bepaald dat dergelijke bezwarende maatregelen alleen mogen worden genomen als je als ouder de gelegenheid hebt gehad om gehoord te worden.

Het horen van ouders is in dit systeem gewoon weggeregeld. Het verzoek tot vrijheidsberovende maatregelen dient door een rechter getoetst te zijn en nu valt de politie zomaar binnen op last van Jeugdzorg en de Raad. Zij hebben geheel eenzijdig de rechter geïnformeerd en binnen een uur hebben ze machtiging uithuisplaatsing (vroeger zelfs met één telefoontje).” Gezinsdrama’s voorkomen “Deze nieuwe benadering geeft ook een beter resultaat in gevallen waar er wel iets ernstigs aan de hand is met het kind. Neem nu de kwestie van gezinsdrama’s waarbij een kind overlijdt, terwijl er tal van (jeugd)hulpinstanties bij het gezin betrokken waren. (5) Het komt voor dat vertegenwoordigers van jeugdzorg of de Raad voor de kinderbescherming twijfelen of ze wel of niet iets moeten doen, wat in het beroepsjargon ‘handelingsverlegenheid’ wordt genoemd.

Je zou het dan als noodgeval kunnen voorleggen aan de magistraat, met de mededeling ‘Wij weten het niet zeker, maar het lijkt ons dat er hier wat aan de hand is’. Die magistraat kan meteen optreden en het voorleggen aan de rechter-commissaris, die dan de mogelijkheid heeft om onmiddellijk mensen op te roepen, zodat er een veel duidelijker beeld ontstaat van de situatie.” “De verantwoordelijkheid tot een uithuisplaatsing mag je eigenlijk niet neerleggen bij de persoon die in een directe relatie staat tot het gezin, degene die ze begeleidt. Ze mogen hun vermoedens uiten, maar een onafhankelijke rechter moet de zaak onderzoeken. Zo voorkom je dat het te lang gaat duren dat er opgetreden wordt als het echt nodig is en als ingrijpen in het gezin naar de mening van de rechter-commissaris onnodig is, hebben de betrokken medewerkers niet het idee dat ze het nog eens nader moeten motiveren ook. Dat het als het ware ‘volgehouden’ moet worden, omdat ze een voorstelling van zaken hebben gegeven aan een rechter die ze eigenlijk niet waar kunnen maken. En dat de rechter daarop ingegaan is, omdat die denkt ‘Laat ik nu toch maar verlengen, want misschien komt er later nog iets naar boven wat zorgelijk is.”

Struycken meent dat het oude systeem eigenlijk beter was, met een speciale kinderrechter die leiding gaf aan een zaak. In 1995 werd die functie afgeschaft en nu worden jeugdrechtszaken behandeld door gewone rechters in een roulerend systeem. Al vaker is door advocaten en ouderondersteuners aangegeven dat dit een verlies van deskundigheid betekent aan de kant van de rechter en teveel macht voor de jeugdbeschermers, waar deze zich noodgedwongen op moet verlaten. “Aan alle kanten is de rechtsbescherming weggeregeld, maar mensen in het veld moeten een andere bevoegdheid hebben dan degenen die de beslissingen nemen. Dit plan zal leiden tot veel minder uithuisplaatsingen en uiteindelijk veel minder kosten. De officier van justitie werkt op ambtseed en mensen van de Raad of Jeugdzorg niet. “ [NB:Volgens de laatste berichten zou Jeugdzorg het pas ingevoerde tuchtrecht het liefst weer afschaffen.(6)] Huib Struycken is medeoprichter van het Nederlands Advocaten Comité Familie- & Jeugdrecht dat zich ten doel gesteld heeft de integriteit in het Famlie- en Jeugdrecht te verbeteren.http://www.advocatencomite.nl/

(1)https://www.dropbox.com/s/x5ktgomrkootyhj/Drang%20in%20de%20jeugdzorg%20Nanneke%20Quick%20Schuit.pdf?dl=0 (2)De kwestie van het ‘beter scheiden van feiten en meningen’ in rapportages van Veilig Thuis, Jeugdzorg of de Raad, zoals de Kinderombudsman Dullaert heeft geadviseerd komt hiermee te vervallen, omdat jeugdbeschermers niet langer de autoriteit zijn waar de rechter blind op vertrouwt bij de beslissing tot gedwongen maatregelen. (3)Hoewel rechters besluiten van de jeugdzorg toetsen, komt daar in de praktijk volgens beide advocaten te weinig van terecht.

Doorgaans wordt de visie van de Raad voor de Kinderbescherming of de jeugdzorginstelling gevolgd. Ook als sprake is van aantoonbare onjuistheden, liegen of valsheid in geschrifte. Mercanoglu: ,,Toen ik in een zitting aangaf dat de voogd loog zei de rechter: 'Ik geloof de gezinsvoogd altijd' https://blendle.com/i/tubantia-enschede/dictatuur-van-de-jeugdzorg/bnl-ttenschede-20160528-6470400 (4)http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.nl/2013/03/de-zaak-yunus-de-feiten.html (5) http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/105785/Jeugdhulpverlening-faalde-in-zorg-voor-Sharleyne-8-uit-Hoogeveen (6)https://www.dropbox.com/s/3umjkv7yx4v4fy1/Dec2016_JeugdenCo_Stapeling_toezichthouders_Jeugdbescherming.pdf?dl=0 “Gezinsmanagers ervaren het tuchtrecht als een enorm verzwarende factor voor het toch al zware werk dat zij doen (…) Wij pleiten ervoor het tuchtrecht af te schaffen. In plaats van een externe tuchtrechtprocedure mag naast SKJ-registratie van instellingen verwacht worden dat zij zelf het functioneren van individuele medewerkers in de gaten houden.” http://svensnijer-essays.blogspot.nl/2017/02/jeugdbescherming-heeft.html Sven Snijer




Reageren op dit artikel? Laat dan hier uw reactie achter.


Actueel Nieuws Nederland